content

Slufterdam

Bergplaats voor verontreinigd havenslib bij de Maasvlakte, in 1986 aangelegd na voortdurende protesten van miieuorganisaties en kustgemeenten tegen het storten van baggerspecie in zee.

In 1978 stortte de gemeente Rotterdam 200.000 ton havenslib met een hoge concentratie niet afbreekbare giftige stoffen voor de kust van Voorne in zee. Het slib, afkomstig van het uitdiepen van vaarwegen en havens, werd bij gebrek aan betere locaties in zee gedumpt.

Milieu

Er werd destijds protest aangetekend omdat er het dierenleven in zee mee gemoeid zou zijn. Een oplossing werd bijvoorbeeld gezocht in de bruikbaarheid van havenslib als versterking voor de rivierdijken in Gelderland. In 1981 werd vanuit Verkeer en Waterstaat en Milieuhygiëne ontheffing verleend van de wet Verontreiniging Zeewater, waardoor storting van verontreinigd havenslib in zee voor de Westlandse kust mogelijk bleef. De buurgemeenten bleven zich verzetten tegen de berging van dit slib op hun grondgebied.

Zanddammen

Rotterdam nam zich voor na 1984 te beginnen met de aanleg van twee zanddammen in zee vanaf de Maasvlakte waartussen het havenslib gestort kon worden: het slurfterdamproject. Als tussenoplossing werd bepaald dat verontreinigd havenslib in elk geval niet gestort mocht worden op plaatsen die waren aangewezen voor woningbouw.

Baggerstop

In 1981 volgde een baggerstop zodat de havens snel aanslibden – tot 2 cm per week – en schepen met grote diepgang moesten uitwijken. Scheepsreparatiewerven kregen werkgelegenheidsproblemen, doordat giftig havenslib zich ophoopte in de havens van de werven. Daardoor konden alleen bij hoog water schepen worden ingedokt. De Stuurgroep Berging Baggerspecie vond dat de gemeente het zwaar verontreinigde slib binnen haar grenzen moest bergen.

Badkuip

In de jaren tachtig raakte het slibprobleem in een impasse. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat vond het onverantwoord de verontreinigde baggerspecie nog jarenlang in de Noordzee te storten. De berging van het slib dreigde vast te lopen omdat de gemeenten weigerden stortplaatsen beschikbaar te stellen. In 1986 werd op de Maasvlakte een tijdelijke bergplaats in gebruik genomen - de ‘badkuip’ – waar het verontreinigde slib geborgen werd in afwachting van het gereedkomen van het slurfterdamproject. Die tijdelijke bergplaats was bedoeld voor licht en matig verontreinigd havenslib.

Slufter

In 1986 werd op de Maasvlakte door onder andere Neelie Smit-Kroes het startsein gegeven voor de aanleg van twee locaties voor de berging van vervuild havenslib, de ‘slufter’ en de ‘papegaaiebek’. De ‘slufterdam’ werd in 1988 door Smit-Kroes in gebruik gesteld.

Lekkage

In 2006 lekte zwaar verontreinigd havenslib weg uit de ‘papegaaiebek’ doordat een van de dijken was doorgebroken.