Back

Steigersgracht

De Steigersgracht is na het bombardement van 1940 aanzienlijk verbreed en ligt thans gedeeltelijk op de plaats van de vroegere bebouwing van het Hang.Wegens de goede diensten door de stad aan hertog Willem V van Beieren verleend, gaf deze haar in 1351 het recht tot vrij gebruik van de steiger, die reeds in 1334 wordt genoemd. Deze aanlegplaats lag aan de Middeldam, vlak tegenover de ingang van de Oudehaven. Ze werd later gewoonlijk de Dordtsche Steiger genoemd. Nog later werden bij de uitbreiding van deze gracht verschillende gedeelten van de kaden als volgt onderscheiden: Smal Steiger, Kleine Steiger en Boerensteiger. In 1905 werd het gedeelte van het Steiger tussen het spoorwegviaduct en de Hoofdsteeg gedempt. Dit gedempte gedeelte ontving de naam Middensteiger. Tengevolge van deze demping kwam de Hoenderbrug te vervallen. Op 11 januari 1911 werd besloten het gedeelte dat bekend stond als Boerensteiger, te dempen. Voorts liep van de Korte Hoogstraat naar het Steiger een klein straatje, dat de naam Toe-Steiger droeg. 'Toe' betekent in dit geval: dicht, gesloten, aan twee zijden bebouwd. De Steigersgracht, die waarschijnlijk van oorsprong niet meer dan een buitendijksloot was, liep van de Soetensteeg tot het Groenendaal, grotendeels langs het hierboven genoemde Steiger. In onze oudste bronnen noemde men dit water steeds haven. Aan de ene kant stond deze in verbinding met de Leuvehaven, aan de andere kant kwam ze, voor de demping van het Groenendaal, uit op de Nieuwehaven. Vroeger mondden in de Steigersgracht de Schie en de Rotte uit door een vijftal sluizen.  Van 1953 tot 1959 lag ten zuiden van deze gracht een expeditiestraat met de naam Steigershof.

Back