content

Herberg In den Rustwat

Buitenplaats ‘In den Rustwat’ werd in 1597 aan de Hoogezeedijk gebouwd. Later werd het een herberg. In de achttiende eeuw vestigden zich veel bedrijven in de nabijheid en werd ‘In den Rustwat’ de stamkroeg voor de arbeiders en de bazen. Daarnaast was de herberg ook een ontspanningsplaats voor de Rotterdammers die er verpozing zochten. De aanleg van de Oude Plantage in 1769 moet de klandizie hebben aangewakkerd. Desondanks is In den Rustwat nooit een florerend bedrijf geweest en omstreeks 1830 verloor ze haar functie van herberg en tapperij.

Van oudsher was Kralingen een plek waar het Rotterdamse volk naar toe trok om de bloempjes buiten te zetten. Op Hemelvaartsdag stond het volk in alle vroegte voor de poort te trappelen om, zo gauw die open ging, naar Kralingen te trekken om onder het drinken van verse jenever ‘dauw te gaan slaan.’

Vrij gebied

Tot 300 meter buiten de stadswallen had men toestemming nodig voor het houden van een tapnering, daarachter was het vrij gebied. De stedelijke ordonnantiën golden dus niet in Kralingen. Dit betekende dat kasteleins hun prijzen ook lager konden houden dan hun collega’s in de stad. Dronkenschap deed zich in Kralingen dan ook niet alleen op Hemelvaartsdag voor. Vooral de Oudedijk was aantrekkelijk vanwege de grote concentratie tapperijen en herbergen, zoals De Zalm en ‘t Jaffa.

Inperking

Het Rotterdamse stadsbestuur vond wel dat deze uitspattingen ingeperkt moesten worden. Veel mogelijkheden waren er niet maar helemaal machteloos stond ze ook niet. Als eigenaar van sommige stukken grond kon ze wel degelijk iets verbieden. Zo bepaalde ze in 1729 dat er geen kroegjes en herbergen gehouden mochten worden in de lanen van het slot van Honingen. Ook verbood ze op de verpachte gronden aan de Hoflaan de uitoefening van enige vorm van tapnering Dit verbod bleef van kracht tot het einde van de negentiende eeuw. Telkens wanneer er een pand werd verkocht was daarbij de bepaling van kracht dat men er geen lokaal van vermaak mocht vestigen.

Annexatie

In 1895 werd Kralingen door Rotterdam geannexeerd en in 1899 besloot de gemeente tot aankoop van ‘In den Rustwat’ met het omliggende terrein. Daar reed op 18 september 1905 tramlijn 1, de eerste elektrische tram, met als eindpunt ‘Inden Rustwat’. Stoomzuivelfabriek ‘Aurore’ maakte er een ‘verversingslokaal’ van.

Sloop en herbouw

Gebouwd aan de Hoogezeedijk, de waterkering, had de herberg last van dijkdoorbraken. Regelmatig verkeerde ze in staat van verval. Tijdens de watersnoodramp van 1953 stond het gebouw tot 1.65 meter in het water. Bij de aanleg van Maasboulevard was ‘In den Rustwat’ een sta-in-de-weg en moest worden gesloopt. Op initiatief van de historische genootschappen ‘Roterodamum’ en ‘De Maze’ werd de herberg in 1960 opnieuw opgebouwd op het terrein van de Perenhof bij het Arboretum.